De mentor van mijn zoon stond voor de deur met paaseitjes in zijn hand. Iedere leerling bezocht hij op zijn fiets om ze een hart onder de riem te steken. Mijn zoon onhandig in de deuropening, aangenaam verrast dat er iemand speciaal voor hem aan de deur kwam. Niet vertellend hoe hard hij thuis alleen aan het werk is voor school.

Ontmoetingen op afstand. Een meditatie met anderen honderd kilometer van me vandaan. Elkaar op het scherm geluksregens toewensen door vingers op het scherm van boven naar beneden te laten dwarrelen en een yogaleraar die, als je je ogen even dicht doet ‘eruit is gegooid’ en op een ander kussen in een andere ruimte, zijn helende meditatie-sessie vervolgt.

Een parasolletje boven het hek uit, voeten op een raamkozijn en zoveel vogelgeluiden ineens. Je huis is de wereld en de wereld je huis, maar toch kan je er niet bij.

Ik kom op adem en houd mijn adem in. Helemaal als mijn moeder van bijna 80 denkt dat ze, ‘omdat ze verpleegster is geweest’, gewoon boodschappen kan doen. Heb er continue ruzie over met haar. Het is een vergeefse strijd, ze wil me niet horen (wat haar goed recht is) en ik besteed mijn energie hieraan, ten koste van mijn eigen levens-energie. Zit verder toch maar doelloos thuis.

De wereld haalt adem, letterlijk. Een allesverzengend vuur, waar je niet te dicht bij kan komen. De vonken springen over en je kan beter zorgen niet geraakt te worden. De helden gaan toch en proberen zich te beschermen met plastic pakken.

Het is aan ons of we, als het vuur gedoofd is, een verschroeide aarde zijn. Gaan we nu de goede keuzes maken met respect voor alles wat leeft op aarde? Of dooft dit vuur uit tot een aangenaam vuurtje, waar we ons met z’n allen aan kunnen warmen? Te donker om te zien wie er precies om dat vuurtje zit, maar het maakt niet uit, want de liedjes die we samen zingen verbroederen. Het zijn liedjes over groene vlaktes, grote liefdes en verloren pijn.