
Zijn vriendinnetje bleef met mij achter in de tuin. Hij, de zoon, was vertrokken. Uit huis, begonnen aan een nieuw leven ver van hier, in een andere stad. Ze liet me een AJAX-agenda zien. Aan de buitenkant beplakt met het logo van FC Groningen. Het toekomstig jaar al gevuld met herinneringen aan vroeger; de tijd dat hij met haar was en in Amsterdam rondfietste. Het brak mijn hart. Hoe begin je aan een nieuw leven, terwijl er zo veel achterblijft.
En hoe kan je beginnen in een zomerroes met corona? Waar je ook heen gaat, het is er, onzichtbaar. Zie de jongeren die elkaar bij het kanaal vasthouden. De zomer vieren. Zingend, tegen beter weten in. Dobberend op witte plastic eenhoorns, luierend op het gras aan de waterkant en ’s nachts verkoeling zoekend. Bedwelmd door de hitte. Zich ophoudend in het luchtledige. Het Noord Hollands kanaal gedegradeerd tot een langgerekte plas met water. Eindeloos tot aan Purmerend. Hoe kort is het nog maar geleden dat alleen springen van het kippenbruggetje, het ‘uitje van Noord’ was?’ Door de komst van de Noord Zuid lijn heeft heel Amsterdam er een buitenbad bij.
Een kind heeft zijn moeder eindelijk zo ver dat ze ook een keer gaat zwemmen in het kanaal. De scooter geparkeerd aan de kant van de weg. Als ze eindelijk in het water is, durft het jongentje niet te springen. Binnen 5 minuten zijn ze weer weg.
Volgende week beginnen de scholen weer en zullen studenten hun laptop openslaan om nieuwe studiegenoten te leren kennen. Er is geen begin en voorlopig, geen eind. Dus geef ze eens ongelijk; al die jongeren aan de waterkant die niet anders kunnen doen dan zich laten meevoeren op de stroming van het water en het leven vieren. Hoe kan je beginnen als je geen afscheid kan nemen van iets wat onzichtbaar, maar alomtegenwoordig is.
Te fel licht om te zien wie er precies geraakt wordt, maar het maakt niet uit, want de liedjes die ze samen zingen verbroederen. Het zijn liedjes over groene vlaktes, grote liefdes en verloren pijn.